Impressie kort geding FTD vs EYEWORKS

Op 19 mei vond het kort geding tegen Eyeworks plaats, waarin FTD vordert dat het ex parte bevel van 12 mei ongedaan gemaakt wordt. FTD oprichter R. Sievers was er bij en tekende het volgende verslag op.
“Onze onderbouwing was solide, zakelijk, to-the-point — maar weliswaar technisch. Je ontkomt er niet aan om Usenet op een technische manier te moeten uitleggen, omdat het van belang is om aan te geven hoe ver FTD van Usenet, en dus het daadwerkelijke downloaden, verwijderd is. En ja, dat uitleggen gaat dan met behulp van plaatjes en pijlen en een zeer vereenvoudigde weergave, om de rechter te helpen meer inzicht te krijgen hoe Usenet, NZB zoekmachines en FTD afzonderlijk van elkaar werken.

En dat was geen overbodige luxe. Zelf heb ik het gevoel dat de rechter niet geheel tech savy is; er kwamen vragen over hoe je nou precies filmpjes ‘streamt van usenet’ en de rechter maakte wat opmerkingen over externe servers en cloud computing die ik niet helemaal kon plaatsen. Vervolgens vergeleek de rechter FTD met een soort coffeeshop; waar de inkoop van de waren (wiet) illegaal is aan de achterdeur. Die verkeerde voorstelling van zaken werd al snel weerlegd door onze advocaat middels het tonen van een eenvoudige stadsplattegrond. FTD is die plattegrond, en gebruikers plaatsen op die plattegrond hennepblaadjes waar lokaties van coffeeshops in die stad te vinden zijn. Niets meer en niets minder.

De verdediging, vertegenwoordigt door de bekende advocaat Dirk Visser (die ook vaak voor Brein optreedt), opende haar betoog met een verhaal over hoeveel geld het kost om een film te produceren en dat de film, zelfs na 1.2 miljoen bioscoopbezoekers en behorende tot het grootste Nederlandse verkoopsucces van de afgelopen 10 jaar, nog steeds niet uit de rode cijfers is. Allemaal irrelevant voor deze zaak uiteraard. Visser had zelfs het lef om te beweren dat je na het zoeken naar een film met behulp van een NZB zoekmachine, het aanklikken van de “Create NZB” knop voldoende was om de film direct te laten afspelen. Vervolgens erkende Visser wel dat wat FTD doet wellicht niet onder ‘openbaarmaking’ valt; maar vroeg de rechter om ‘een gewaagde uitspraak’ te doen en FTD toch op ‘openbaarmaking’ aan te spreken. Visser daagde de rechter uit om zes jaar jurisprudentie naast zich neer te leggen, in de hoop hiermee nieuwe jurisprudentie los te schudden.

Over het uiteindelijke oordeel van de rechter blijft het gissen; besluit de rechter de feitelijke waarheid en FTD’s onbetrokkenheid bij openbaarmaking te erkennen of laat hij zich verleiden door de mantra’s, de niet terzake doende argumenten en het uitdagende schouwspel van de verdediging?

Wij vertrouwen in het oordeel van de rechter. Over exact twee weken weten we meer.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *